00:00
Beethoven - Fidelio, Op. 72
Fidelio (originele titel: "Leonore, oder Der Triumph der ehelichen Liebe"), Op. 72, is de enige voltooide opera van Ludwig van Beethoven. Deze opname vanuit het Zwitserse Theater St. Gallen is gebaseerd op Jan Schmidt-Garres veelgeprezen toneelproductie. Otto Tausk dirigeert het Symfonieorkest en koor van St. Gallen tegen het prachtige decor van de hand van Nikolaus Webern. De producenten hebben meerdere uitvoeringen gefilmd, en met extra materiaal van sopraan Jacquelyn Wagner (Leonore) de aangrijpende toneelproductie omgetoverd tot een unieke filmische ervaring.
01:57
Bach - Johannes-Passion
Sir Simon Rattle dirigeert de Berliner Philharmoniker en het RIAS Kammerchor in een uitvoering van Johann Sebastian Bachs Johannes-Passion (BWV 245). Onder de solisten zijn de gerenomeerde vocalisten Juliane Banse, Michael Chance, Ian Bostridge, Rainer Trost en Thomas Quasthoff. Bach componeerde de Johannes-Passion tijdens zijn eerste jaar als cantor van de Thomaskirche in Leipzig. Het oratorium heeft als onderwerp het lijden en sterven van Jezus volgens het Evangelie volgens Johannes. Het werk werd voor het eerst uitgevoerd op Goede Vrijdag in 1724.
04:03
Rimski-Korsakov Suites
Mikhail Pletnev dirigeert het Russian National Orchestra in een concert opgenomen in de Tsjaikovskizaal te Moskou. Op het programma staan twee orkestsuites van Rimski-Korsakov: "The Tale of the Invisible City of Kitezh and the Maiden Fevroniya" en "The Tale of Tsar Saltan". Dit concert is geproduceerd door de Moscow Philharmonic Society, welke volgens de in St. Petersburg geboren componist Sjostakovitsj een significante rol speelde in de ontwikkeling van het Russische artistieke leven. De evenementen van het instituut zijn in de loop der jaren bezocht door miljoenen muziekliefhebbers en duizenden musici. De Moscow Philharmonic Society is opgericht in 1922 door de toenmalige commissaris van cultuur Anatoly Lunacharski en is inmiddels uitgegroeid tot het grootste concertinstituut van Rusland.
04:50
Glass - Concert voor twee piano’s
Als onderdeel van hun nieuwe samenwerking met componist Philip Glass, die bekend staat om zijn repetitieve minimalistische composities, spelen de Franse zussen Katia en Marielle Labèque de Europese première van Glass’ Concert voor twee piano’s met de Orchestre de Paris onder leiding van Jaap van Zweden, de huidige dirigent van het New York Philharmonic.
06:00
Sounds like Christmas
Vanuit een sfeervol cisterciënzerkloosters combineert Sounds like Christmas feestelijke muziek met de frisse spontaniteit van de jazz: dit kerstprogramma presenteert de muzikale ontmoeting van sopraan Angelika Kirchschlager met jazztrompettist Tomasz Stańko. Deze solisten voeren populaire en minder bekende kerstmuziek uit, begeleid door het geweldige Freiburger Barockorchester en het a capella-ensemble Amarcord. Dit ensemble bestaat uit voormalige leden van het beroemde Thomanerchor uit Leipzig. Mede door de verschillende muzikale achtergronden van de artiesten levert dit een spannende, gevarieerde muzikale ervaring op. Het luisterrijke cisterciënzerklooster Schulpforte nabij het Duitse Naumburg is de ultieme locatie voor deze buitengewone muzikale ontmoeting. De geschiedenis van het klooster gaat terug tot 1127, toen in Schmölln een benedictijnenabdij werd opgebouwd. Betoverende beelden van besneeuwde berglandschappen en steden in kerstsfeer wisselen het concertverslag af.
07:01
Janáček - Glagolitic Mass
Mariss Jansons voert het koor en ensemble aan van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks in deze uit 2012 daterende uitvoering van Leoš Janáčeks Glagolitische Mis (1926) op het Luzern Festival met Pasen. Het werk bestaat uit acht delen, waarbij het koor de meeste aandacht krijgt, maar waarin ook indrukwekkende solo's zitten, met name voor sopraan en tenor. Opeens horen we een totaal onverwachte, wilde, furieuze orgelsolo – hier uitgevoerd door Iveta Apklana – volgend op het ordinarium van de mis die voorafgaat aan het laatste deel. Met z'n zorgvuldig opgebouwde uitbarstingen van de koperblazers en de strijkerssectie lijkt dit grootste werk het publiek te willen aanmoedigen om de zaal te verlaten en de buitenwereld in te stappen. Janáček, die zijn wereldroem pas op latere leeftijd vergaarde, schreef de tekst in het Oudkerkslavisch om de gedeelde band tussen de Slavische naties te onderstrepen. Hij gebruikte het glagolitische alfabet, dat door de geheiligde broers Cyrillus en Methodiusan was bedacht. De keuze voor deze oude taal weerspiegelt ook de sympathie, die de Moravische componist voelde voor de Slavische volkeren die zuchtten onder het juk van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk.
07:47
Cello: Busoni, Liszt, Chopin & Rachmaninoff
Het Italiaanse duo van cellist Silvia Chiesa en pianist Maurizio Baglini geeft een prachtig recital met composities van Ferruccio Busoni, Franz Liszt, Frédéric Chopin en Sergej Rachmaninov. Op het programma staan Busoni’s Kultaselle – 10 variaties op een Fins volkslied; Liszt’s Twee Elegieën voor cello en piano; Chopin’s Introductie en Polonaise brillante in C-groot, Op. 3; en Rachmaninovs Sonate in g-klein voor cello en piano, Op. 19. Als toegift speelt het duo Leonard Bernstein’s wereldberoemde lied 'Tonight' uit de musical West Side Story. Deze uitvoering werd op 4 november 2024 opgenomen in de Sala Verdi van het Conservatorio Giuseppe Verdi in het Italiaanse Milaan.
08:56
CMIM Piano 2024 - Halve finale II: Jakub Kuszlik
Pianist Jakub Kuszlik (Polen, 1996) speelt Barbara Assiginaak’s Mzizaakok Miiniwaa Mzizaakoonsak (‘paardenvliegen en hertenluisvliegen’); Wolfgang Amadeus Mozarts Fantasia nr. 3 in d-klein, K. 397; en Johannes Brahms’ Sonate nr. 3 in f-klein, Op. 5, tijdens het solorecital in de uit twee delen bestaande halve finale van de piano-editie van het Concours musical international de Montréal 2024 (CMIM). Deze uitvoering werd opgenomen in de Bourgie Hall van het Montreal Museum of Fine Arts.
10:00
The World of Opera - Teatro di San Carlo, Napoli
Stingray Brava reist de aarde rond op zoek naar de geheimen van 's werelds beroemdste operahuizen. Reis in deze aflevering mee naar Italië en ontdek alle wetenswaardigheden over het Teatro San Carlo in Napels. Nadat het oorspronkelijke koninklijke operahuis van Napels door een uitslaande brand was verwoest, werd het in recordtijd herbouwd onder leiding van architect Antonio Niccolini (1772-1850). Het gebouw werd op 12 januari 1817 heropend en is een schoolvoorbeeld van de bouwstijl van de Italiaanse operahuizen uit de achttiende en negentiende eeuw. Het ontwerp wijkt nauwelijks af van dat van andere theaters, al was het met z'n drieduizend zitplaatsen indertijd het grootste operahuis ter wereld – Napels was dan ook de grootste stad van Italië. Toen de zaal na de brand werd heropend stond het operaminnende publiek, dat van ver buiten de stadsgrenzen was samengekomen, versteld van de adembenemende architectuur. Napels is een bakermat van de Italiaanse opera, en daarmee van het hele operagenre. De beroemde conservatoria die de stad telde brachten musici en componisten voort als Domenico Cimarosa (1749-1801) en Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736). Dankzij hun grote interesse in de liedkunst groeide Napels uit tot geboorteplek van de belcanto-stijl. Het uistekende orkest verleende het koninklijke theater z’n magnetische aantrekkingskracht op virtuose zangers en vertolkers van bravuraliederen. Deze documentaire richt zich dan ook op een recente Napelse premiere van Giuseppe Verdi’s Il trovatore (1853), een werk dat bij uitstek de Italiaanse opera belichaamt. Daarnaast geven we een historisch overzicht van de opvallendste Italiaanse componisten: vanaf 1815 was Gioachino Rossini (1792-1868) de artistiek leider van het Teatro San Carlo, waar hij veel van zijn werk in premiere zag gaan. Gaetano Donizetti (1797-1848) leidde het theater 16 jaar lang, waarin hij 16 opera’s voor het San Carlo schreef, waaronder het onsterfelijke Lucia di Lammermoor (1835). De belangrijkste Italiaanse operacomponist van de negentiende eeuw, Giuseppe Verdi (1813-1901), volgde hem op. Al sinds de première van één van zijn vroege werken, Alzira (1842), stond Verdi hier te boek als legende. Hij bleef verbonden aan het San Carlo, waar hij een jaar lang de artistieke leiding had. Van hem kwam het voorstel om een extra orkestbak aan te leggen.
10:30
Werken van Mendelssohn en Hensel
De talentvolle pianist Elena Bashkirova is sinds oktober 2020 de voorzitter van de Felix Mendelssohn-Bartholdy Foundation in Leipzig, waar zij de legendarische dirigent Kurt Masur opvolgde. In dit concert vanuit het Mendelssohn-Haus in Leipzig wordt Bashkirova bijgestaan door sopraan Juliane Banse, fluitist Emmanuel Pahud, cellist Claudio Bohórquez, klarinettist Karl-Heinz Steffens en pianist Ohad Ben-Ari in een kamermuziekprogramma dat in het teken staat van de muziek van Mendelssohn en diens zus Fanny Hensel. Het programma begint met Mendelssohns Pianotrio in d-klein, Op. 49. Wat volgt zijn een aantal Lieder: Mendelssohns Schilflied ‘Auf dem Teich, dem regungslosen’, Op. 71 nr. 4, en Reiselied ‘Der Herbstwind rüttelt die Bäume’, Op. 34 nr. 6; Hensel’s Vorwurf, Op. 10 nr. 2; Verlust, Op. 9 nr. 10; en Sehnsucht, Op. 9 nr. 7; Mendelssohns ‘Allnächtlich im Traume seh ich dich’, Op. 86 nr. 4; ‘Die Liebende schreibt’, Op. 86 nr. 3; en Nachtlied ‘Vergangen ist der lichte Tag’, Op. 71 nr. 6. Het programma gaat verder met een aantal van Mendelssohns Lieder ohne Worte voor vierhandig piano (Op. 62 nrs. 1-6, en Op. 67 nr. 1), met tot besluit Mendelssohns Drie stukken voor klarinet, cello en piano (arr. Ernst Naumann), bestaande uit Prelude, Op. 35 nr. 4, Lieder ohne Worte, Op. 53 nr. 2, en Duet, Op. 38 nr. 6. Deze uitvoering werd opgenomen in november 2020.
11:44
Brahms - Symfonie Nr. 3, Op. 90
Franz Welser-Möst dirigeert het Cleveland Orchestra in een uitvoering van Brahms' Symfonie Nr. 3, Op. 90. Het werk is waar laatromantisch juweel en toont de evolutie van Brahms als symfonisch componist. Het is in perfecte balans tussen de lichte, heldere Tweede Symfonie en de monumentale Vierde Symfonie. Hoewel het werk meerdere glorieuze uitbarstingen kent in de blazer- en strijkerssecties, eindigt het in een zacht pianissimo, welke de luisteraar eerder reflecterend dan uitbundig achterlaat. Deze uitvoering is opgenomen in de Wiener Musikverein in 2014.
12:18
Nino Rota - I due timidi
Op het Reate Festival van 2017 in Rieti stonden twee korte opera’s van Nino Rota (1911-1970) op het programma. Rota staat voornamelijk bekend als filmcomponist en zijn lange samenwerking met iconische regisseurs als Federico Fellini, Francis Ford Coppola en Luchino Visconti. Toch componeerde het wonderkind Rota vanaf zeer jonge leeftijd al kerkmuziek en enkele opera’s. Gezegend met een grote creativiteit, verbeeldingsvermogen en artistieke vrijheid, wist Rota zijn unieke eigen stijl te ontwikkelen waarin hij de grote Italiaanse operatraditie van Rossini, Puccini en Verdi wist te combineren met moderne 20e-eeuwse muziek, waardoor hij zichzelf onderscheidde van zijn generatiegenoten. Het werk I due timidi werd als radio-opera uitgezonden door de RAI in 1950 en werd in 1952 voor het eerst in Londen uitgevoerd. Het libretto is gebaseerd op de tekst van de Italiaanse scenarioschrijfster Susi Cecchie D’Amico. Ondanks dat de gebruikelijke gelukkige afloop ontbreekt, zorgen het snelle ritme van de muzikale actie en de jonge zangers voor een vermakelijke uitvoering. Het Reate Festivalorkest staat onder muzikale leiding van Gabrielle Bonolis. Solisten zijn Giorgio Celenza, Sabrina Cortese, Daniele Adriani, Chiara Osella, Antonio Sapio, Mariangela De Vita, Giacomo Nanni, Lucia Filaci, Maria Rita Combattelli en Siri Kval Ødegård.
13:22
Brahms - Vioolsonate nr. 1, Op. 78
Tijdens een concert vanuit de kerk van Verbier bundelen de Griekse violist Leonidas Kavakos en de Chinese pianiste Yuja Wang de krachten in interpretaties van vioolsonates van Johannes Brahms. Kavakos werd in 1985 in één klap wereldberoemd door op 18-jarige leeftijd de eerste prijs te winnen tijdens het prestigieuze Sibeliusconcours. Samen met Yuja Wang, een van de populairste pianisten van deze tijd, vormt hij een meesterlijk kamermuziekduo. Op het programma staan Brahms' ‘Regensonate’ Op. 78, ‘Thunersonate’ Op. 100 en de laatste vioolsonate, Op. 108.