00:00
Verdi - Otello
De Italiaanse componist Giuseppe Verdi (1813-1901) baseerde het verhaal van de opera Otello op William Shakespeares gelijknamige tragedie. Deze productie, geregisseerd door David Alden, is opgenomen in het Teatro Real te Madrid in 2016. Het orkest en koor van het Teatro Real staan onder de muzikale leiding van Renato Palumbo. Onder de solisten zijn Gregory Kunde, Ermonela Jaho en George Petean. Otello, Venetiaans generaal en hertog van Cyprus, keert terug naar het eiland na een rijke zegetocht. Zijn vaandeldrager Jago voelt zich beledigd door Cassio’s promotie tot kapitein. Om wraak te nemen op Otello doet Jago de hertog laten geloven dat diens vrouw Desdemona een affaire heeft met Cassio. Hierop besluit Otello om zijn vrouw te doden. ’s Nachts wekt hij Desdemona middels een kus en vraagt zijn vrouw om haar bedrog toe te geven. Desdemona probeert tevergeefs haar onschuld te bewijzen; overtuigd van haar overspeligheid wordt ze door Otello gewurgd. Emilia, de vrouw van Jago en tevens het kamermeisje van Desdemona, ontmaskert de listige plannen van Jago, waarna Otello de hand aan zichzelf slaat.
02:46
Mahler - Symfonie Nr. 7
De Nederlandse dirigent Bernhard Haitink dirigeert de Berliner Philharmoniker in een uitvoering van Gustav Mahlers Symfonie Nr. 7. Opgenomen in de Berliner Philharmonie in 1993. Tijdens de jaren tussen het voltooien (1906) en eerste uitvoering (1908) van de Zevende Symfonie onderging het leven van de toen al beroemde dirigent en componist Gustav Mahler tamelijk dramatische wendingen. Hij nam ontslag bij de Weense Staatsopera, zijn eerste dochter overleed en er werd een hartafwijking bij de componist geconstateerd. Vanwege het ‘duistere’ karakter van enkele delen (het tweede en vierde deel hebben de titel ‘Nachtmusik’ en het derde deel heeft als naam ‘Schattenhaft’ - schaduwachtig), wordt de symfonie ook wel ‘Lied der Nacht’ genoemd, een titel waar de componist zelf het overigens niet mee eens was. Deze Zevende Symfonie is Mahlers meest abstracte werk, misschien werd het werk daarom wel slecht ontvangen door zowel de musici als het publiek ten tijde van de première. Ook nu nog wordt deze Zevende niet vaak op het programma gezet geprogrammeerd door orkesten en lijkt het een van zijn minst populaire werken. Niet terecht want de Zevende kent een unieke opbouw van donker naar licht van duister naar de juichende finale. Van Mahlers latere oeuvre is de Zevende zeker niet minder toegankelijk dan de veel gespeelde Negende Symfonie. Van de huidige generatie grote dirigenten slaat niemand deze symfonie meer over.
04:10
Memory of a Concert
In 2006 gingen Gidon Kremer en Martha Argerich op tournee, waarbij ze een programma bestaande uit solo’s en duetten van Bartók en Schumann uitvoerden. De documentaire Memory of a Concert legt het laatste concert van hun tournee vast, opgenomen in de Berliner Philharmonie. Het concert bevat een zeldzame solo-uitvoering van Martha Argerich, afgerond met een persoonlijk en aangrijpend commentaar van Gidon Kremer. Op het programma staan Schumanns Vioolsonate nr. 1, Op. 10, Vioolsonate nr. 2, Op. 12, Kinderszenen, Op. 15; Bartóks Vioolsonate nr. 1 Sz 75 en Vioolsonate nr. 2 Sz 76.
05:05
Bach - Brandenburgs Concert nr. 4
J. S. Bachs zes Brandenburgse Concerten behoren tot zijn bekendste werken. Hij schreef ze tussen 1711 en 1720 en droeg ze in 1721 op aan Christiaan Lodewijk, markgraaf van Brandenburg. Om te vieren dat deze geliefde werken 300 jaar bestaan, maakte de Tsjechische klavecinist en dirigent Václav Luks met zijn vermaarde barokensemble Collegium 1704 in 2021 opnames van alle zes Brandenburgse concerten, op historische instrumenten. De Brandenburgse Concerten volgen de structuur van het Italiaanse concerto grosso, waarin een groep solo-instrumenten op de voorgrond treedt ten opzichte van het grote ensemble. In de Brandenburgse Concerten nemen de solisten afwisselende, virtuoze solo’s voor hun rekening. Bij deze uitvoering in de prachtige Spiegelzaal van het Duitse slot Köthen spelen Luks en Collegium 1704 Bachs Brandenburgse Concert nr. 4 in G-groot, BWV 1049. Dit concert bevat solo’s door twee blokfluiten en een viool. De blokfluiten spelen een opvallende rol in het tweede deel van dit concert, terwijl de viool de snelle eerste en derde delen domineert.
05:41
Liszt - Elegie voor cello en piano, nr. 1 (S. 130)
Het Italiaanse duo van cellist Silvia Chiesa en pianist Maurizio Baglini geeft een prachtig recital met composities van Ferruccio Busoni, Franz Liszt, Frédéric Chopin en Sergej Rachmaninov. Op het programma staan Busoni’s Kultaselle – 10 variaties op een Fins volkslied; Liszt’s Twee Elegieën voor cello en piano; Chopin’s Introductie en Polonaise brillante in C-groot, Op. 3; en Rachmaninovs Sonate in g-klein voor cello en piano, Op. 19. Als toegift speelt het duo Leonard Bernstein’s wereldberoemde lied 'Tonight' uit de musical West Side Story. Deze uitvoering werd op 4 november 2024 opgenomen in de Sala Verdi van het Conservatorio Giuseppe Verdi in het Italiaanse Milaan.
06:00
Bach - Cellosuite nr. 5 in c-mineur, BWV 1011
In de Bartholomeuskerk in het Duitse Dornheim, waar componist Johann Sebastian Bach met zijn eerste vrouw Maria Barbara trouwde, speelt de bekende Nederlandse cellist Anner Bijlsma diens Cellosuite nr. 5 in c-klein, BWV 1011. Waarschijnlijk schreef Bach deze verzameling van Zes suites voor onbegeleide cello in de jaren 1717-1723. Zijn cellosuites vormen een essentieel deel van het cellorepertoire, waarin de talrijke polyfone mogelijkheden van het instrument effectief worden benut. Zoals te doen gebruikelijk bij suites uit de Barok is elk onderdeel gebaseerd op traditionele hofdansen. Bachs Suite nr. 5 begint met een prelude, en wordt gevolgd door een allemande, een courante, een sarabande, twee gavottes, en tenslotte een gigue.
06:25
Orgelwerken van J. S. Bach
De Duitse organist Ullrich Böhme speelt composities van J. S. Bach op het orgel van de Thomanerkerk in de Duitse stad Leipzig in deze concertopname uit 2000. De Thomanerkerk is voor altijd verbonden met een aantal beroemde componisten, onder wie Felix Mendelssohn en Richard Wagner, maar bovenal met J. S. Bach, die er van 1723 tot zijn dood in 1750 ‘Thomaskantor’ was. Op het programma staan de Toccata in d-klein, BWV 565; Jesu, meine Freude, BWV 227/9; Nun danket alle Gott, BWV 657; Jesu bleibet meine Freude, BWV 147/6; Prelude en Fuga in a-klein, BWV 543; Vor deinen Thron tret ich hiermit, BWV 668; Toccata en Fuga in F-groot, BWV 540; en een aantal orgelkoralen uit Bachs Orgelbüchlein: In dich hab ich gehoffet, Herr, BWV 640; Wenn wir in höchsten Nöten, BWV 641; Wer nur den lieben Gott läßt walten, BWV 642; Alle Menschen müssen sterben, BWV 643; en Ach wie nichtig, BWV 644.